Vlaamse Wonderjaren

Dit speelt nu bij Vlaamse Wonderjaren:

Serge (1943-2014) en Rita (1956-1998)

Serge van Oppens werd geboren op 17 juni 1943 in het Engelse Kingston, waar zijn (Antwerpse) ouders verbleven tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij nam zijn eerste singles op als Serge, onder de hoede van Camiel Saey van Candle Records. Onder de vleugels van Tim Visterin kreeg Serge de artiestennaam Tony Condor, maar enkele jaren later werd het alweer gewoon Serge.

De smartlappen uit de beginjaren maakten geleidelijk ook plaats voor liedjes in het Antwerps dialect, maar de echte doorbraak in dat genre volgde pas in de late jaren ’80 toen hij een muzikaal duo ging vormen met Rita Snoeckx (geboren op 12 december 1956). De elpee ‘Da zedde gij nie zeker’ uit 1987 kreeg slechts langzaam erkenning, maar liedjes als « ’t Statiekwartier » en « De Vogelmarkt » groeiden uit tot Antwerpse klassiekers.

Rita overleed op 18 augustus 1998 aan de gevolgen van een hersenbloeding. Serge overleed aan een slepende ziekte op 6 oktober 2014

Bij Vlaamse Wonderjaren hoor je volgende 23 liedjes van Serge (& Rita):

  • Darling – 1967
  • Da zedde gij nie zeker – 1982
  • De Ferre – 1985
  • Den ouwe zeeman (als Tony Condor) – 1974
  • Depressief – 1982
  • De Vogelmarkt (& Rita) – 1987
  • Door het leven gaan – 1967
  • Helena (als Tony Condor) – 1973
  • Het oude waterwiel – 1967
  • Het plaatje voor verliefden (& Roestvrij) – 1969
  • Is er iemand bove (Hoereleed)(& Rita) – 1987
  • Kom dicht bij mij – 1969
  • Kon het toch maar zoals vroeger zijn (als Tony Condor) – 1972
  • La Muchacha (& Roestvrij) – 1969
  • Matrozen zijn gelijk (als Tony Condor) – 1974
  • Mosterd, pikkels, peper, zout – 1969
  • Rosita (als Tony Condor) – 1973
  • Santa Madona – 1967
  • Tranen op je bleke wangen (& Roestvrij) – 1969
  • ’t Statiekwartier (& Rita) – 1987
  • Uit en gedaan – 1969
  • Vakantiemeisje (als Tony Condor) – 1972
  • Vlei je dicht tegen mij – 1970

Je zou ook interesse kunnen hebben in...

« Eén keer heeft papa me meegenomen naar onder, in de mijn. Niet om te werken, dat wou hij absoluut niet. Maar ik moest zien wat hij allemaal voor ons deed. Voor mama, mijn zus, voor mij. In wat voor miserie hij moest werken. Zodat ik zou beseffen dat ik een stiel moest leren. Hij dacht dat je geen geld kon verdienen met muziek maken. Zijn broer Vincenzo was een halve beroepsmuzikant die ging spelen op communiefeesten, tijdens trouwpartijen, bij vormsels. Maar uiteindelijk kwam hij meer dronken zonder geld thuis dan iets anders. Zijn kindjes zijn regelmatig met honger moeten gaan slapen. En toch wilde ik muzikant worden. »Rocco Granata
Het Belang van Limburg - 26 oktober 2013