Vlaamse Wonderjaren

Dit speelt nu bij Vlaamse Wonderjaren:

De Geuzen / De Sinjoren

Op vraag van muziekproducer Jean Meeusen richtten Eddy Van Roosenbroeck, Arthur Van Der Smissen en Guido Van Doninck in 1956 de Antwerpse zanggroep De Geuzen op. Ook Gilbert De Haeck maakte bij de oprichting deel uit van de groep. Toen hij door tijdsgebrek uit de groep stapte, werd hij vervangen door Werner Wijckmans, maar ook zijn verblijf was van korte duur. Nadien besliste de groep als trio voort te doen.

De Geuzen gebruikten bewust hetzelfde recept als de Strangers: bekende internationale hits voorzien van een grappige Antwerpse tekst. Maar waar de Strangers meestal de op dat moment actuele hits gebruikten, kozen de Geuzen voor oudere klassiekers. De eerste single was ‘Het Madammeken’, in 1963.

De Geuzen bleven in populariteit echter ver in de schaduw van De Strangers. Een aantal liedjes van de groep werden in 2010 door Peter Van den Begin en Stany Crets gebruikt in hun tv-serie ‘Oud België’.

Vanaf 1974 wijzigde de groep zijn naam in De Sinjoren, waarmee de groep nog vijf singles en één elpee opnam en enkele jaren behoorlijk succesvol werd. Door de slepende ziekte en het overlijden van Guido werd de groep in 1984 ontbonden. Van Roosenbroeck nam als Eddy Roos in 1982 nog de solosingle ‘De Witte muis’ op

Van De Geuzen en De Sinjoren hoor je bij Vlaamse Wonderjaren volgende liedjes:

  • Allee (Il Silencio) – 1965
  • Als g’het ni gelooft – 1968
  • De kat van de Charel – 1966
  • De middenstander (als De Sinjoren) – 1974
  • Den autogordel (als De Sinjoren) – 1975
  • Geft hem den trui – 1968
  • Gij staat in d’hitparade nr 1 – 1968
  • Hoe was da? – 1967
  • Jean-Pierre Koopman (als De Sinjoren) – 1975
  • ‘k Heb de zon zien zakken – 1972
  • Mens, zit daar niet te zagen – 1965
  • Moet er geen zand zén – 1968
  • Nixon (als De Sinjoren) – 1974
  • Oep den dorpel – 1966
  • Oh! Wa nen toet – 1967
  • T’Ee giene naam – 1967
  • Waar is den tijd dat wij nog vreën – 1968
  • Ze toch ni kwaad, madam – 1968
  • Zè der wer – 1967

Je zou ook interesse kunnen hebben in...

« Ik heb een paar bypassen en nu ook een defibrilator. Ze hebben al twee keer tegen mijn vrouw gezegd: Het is gedaan met hem. Bij mijn eerste hartinfarctje heb ik een bijna-doodervaring gehad. Ik lag op de spoeddienst. De dokter kwam me onderzoeken en opeens was ik weg. Ik zag mijn hele leven voor me. Alles tegelijkertijd. De toekomst zag ik ook, maar troebel. Het gaf me een goed gevoel. Alles viel van me af. Het heeft me rust gegeven. Het gevoel: laat maar gebeuren. Er is leven na de dood, daar geloof ik in. Net als in reïncarnatie. De mens draagt in zijn rugzak de ervaringen van vorige levens mee. Maar als je zoiets zegt, reageren veel mensen met: Och, daar hebt ge weer zo ene. Vorige levens, wat weet gij daar nu van? Maar als je daar constant geconcentreerd mee bezig bent, krijg je antwoorden. »Miel Cools
Het Belang van Limburg, 9 februari 2013