Vlaamse Wonderjaren

Dit speelt nu bij Vlaamse Wonderjaren:

Luc Van Hoesselt (1929-2017)

Luc Van Hoesselt was de artiestennaam van Jules Lambrechts, geboren op 23 oktober 1929. Hij was ook echt afkomstig uit het Limburgse Hoeselt, maar lanceerde zijn carrière vanuit Brugge. Hij werkte veel samen met Vlaamse diva’s als Rina Pia en Enny Denita, maar uiteindelijk bleef muziek in hoofdzaak een hobby.

Hij nam een tiental singles en drie elpees op tussen 1958 en 1965. Professioneel werkte hij tot aan zijn pensioen bij Scaldia papier in Wilrijk, daarna werd hij nog jarenlang reisleider, een taak die hij bleef combineren met optredens. Hij overleed op 87-jarige leeftijd  op 21 januari 2017.

Bij Vlaamse Wonderjaren hoor je volgende liedjes van Luc Van Hoesselt:

  • Als op Capri de rozentuinen bloeien – 1960
  • Bonne Nuit ma cherie – 1960
  • De muur – 1961
  • De zuidenwind waait (Der Südwind der weht) – 1960
  • Die tango – 1958
  • Diep in jou hart – 1961
  • Geen enkel meisje – 1964
  • Het beeld van mijn moeder – 1959
  • Ik ben een gewone jongen – 1961
  • Jij bent nog te klein – 1959
  • Kleine Ballerina – 1962
  • Kom terug – 1964
  • Kon ik maar urenlang – 1960
  • Kus jij een meisje uit Vlaand’ren – 1962
  • Marjolijntje – 1958
  • Soldatenmeisje – 1962
  • ’t Is d’eerste keer – 1961
  • Vergeet me niet – 1958
  • Verlangen – 1958
  • Zilv’ren sterren – 1962
Je zou ook interesse kunnen hebben in...

« Een gebeurtenis heeft mijn leven heel fel beïnvloed. Ik word nog emotioneel als ik eraan denk. Het was tijdens de oorlog. Een zoveelste bombardement in Ledeberg, waar ik ben opgegroeid. In die tijd was ik scrupuleus katholiek, echt heel fanatiek. Ik had bidkaartjes: Heilig Hart van Jezus, bescherm dit huis. Ik plakte die als een gek op elke deur in huis die ik tegenkwam. De bommen vielen die dag in een andere wijk, een paar honderd meter verderop. Ik ging nadien terug naar boven, naar mijn kamertje waar ik een bureau had gemaakt van een paar planken. Ik zag dat ik vergeten was om daar een bidprentje te hangen. Toen ik de deur opendeed, zag ik dat een grote steen dwars door het dak op mijn stoel was geknald. Alles in gruzelementen. Als ik daar had gezeten, was ik morsdood geweest. Als dat toeval of geluk was, moet toch iets dat gestuurd hebben. »Will Ferdy
Het Nieuwsblad - 1 december 2015