Vlaamse Wonderjaren

Dit speelt nu bij Vlaamse Wonderjaren:

Hugo Raspoet (1940-2018)

Het is vandaag de geboortedag van Hugo Raspoet (2 november 1940 – 3 oktober 2018). Hij behoorde al in de zeer vroege jaren ’60 tot de pioniers van de Vlaamse kleinkunst, samen met KoR Van Der Goten en Miel Cools.

Hoewel uit zijn scherpe pen vooral protestsongs vloeiden – waaronder het door de BRT verbannen ‘Evviva Il Papa’ – was het toch vooral het gevoelige liefdesliedje ‘Helena’, uit zijn elpee ‘Raspoet’ (1970) dat hem in Vlaanderen eeuwige roem zou opleveren. Deze elpee, die hij maakte met Guido Van Hellemont en Wim Bulens (alias Lamp en Lazerus), geldt nog steeds als een van de hoogtepunten van de Vlaamse kleinkunst.

Raspoet hing in 1973 de zangmicro aan de wilgen, maar zijn naam zou nog tientallen jaren opduiken op de BRT als vertaler/ondertitelaar. Deze video werd pas in 1987 opgenomen

Hugo Raspoet maakte ook nog andere liedjes dan Helena, zoals deze parel. Leuk ook het interview met Zaki dat er op volgt: ‘Voor mij zijn er alleen maar liedjes. Als Will Tura een goeie melodie maakt, dan is dat voor mij evenveel waard dan als Jan De Wilde een goeie tekst schrijft’

Bij Vlaamse Wonderjaren hoor je volgende liedjes van Hugo Raspoet:

  • Anne-Marieke
  • Dag Lief
  • De Landloper
  • De Lijkenstoet
  • De Zon
  • Ecco Homo
  • Eens Komt De Dag
  • Eviva Il Papa
  • Franse Ratten
  • Heer Olof
  • Helena
  • Hoe Durven Ze
  • Ik Liep Een Eindje Om
  • Jan Publiek
  • Jantje Zag Eens
  • Korenbloem
  • Kwezelken
  • Marleentje
  • Mijn Koningskind
  • Een Nieuwe Lente Een Nieuw Geluid
  • Oost, West
  • Schaduw
  • Sneeuwit Vogeltje
  • Spuitje Op, Laat Je Rijden
  • Verstoppertje
  • Zoals Ik Eenmaal Beminde

Je zou ook interesse kunnen hebben in...

« Ik denk dat ik overleefde omdat ik mijn optredens altijd goed verzorgde. Ik wilde mijn geld waard zijn. Ik was als de dood dat mensen zouden zeggen: Tura is zijn geld niet meer waard. Ik was me al heel vlug bewust van het belang van mijn optredens. Begin jaren zeventig trok ik een heel jaar elke zaterdag naar Parijs om daar zangles te volgen bij een operazanger. Dat is toch het minste wat je van een zanger mag verwachten: dat hij niet vals zingt, dat zijn toonzetting juist is. Okay, dat is misschien een talent, maar toch moet je nog in de leer. In Parijs leerde ik zingen vanuit de buik. Ik bedoel: de adem in de buik trekken. Ik wist niet dat dat kon. Ik heb het daar, in Parijs, moeten leren. Ik zong er geen Tura-liedjes, klanken moest ik zingen. Oe's en A' en O's. En toonladders. Ja, gelijk de kinderen in de muziekles dat moeten doen: wat de piano voorspeelt, nazingen. »Will Tura
Het Nieuwsblad - 24 oktober 1998